Woke: genoeg gekibbeld nu
Afgelopen weekend las ik het essay van Joël De Ceulaer over We Have Never Been Woke, van de Amerikaanse socioloog Musa al-Gharbi. Waarom precies wist ik eerst niet, maar gaandeweg begon de teneur van het stuk me steeds meer te irriteren. Ik ben dus maar beginnen tikken — de tekst zwiepte alle kanten op — en heb die warboel nadien enigszins in het gareel gekregen. Joëls artikel is inmiddels een paar dagen oud, maar goed: ik ben een drukbezet man. Ook geen tijd voor betogingen.
Link naar het essay waarvan sprake:
https://www.demorgen.be/nieuws/waar-het-echt-om-gaat-bij-wokeness~b7cad656/
Woke slaat de bal dikwijls mis. Maar het is oneerlijk om de mislukking van zoiets als het ongelijkheidsdebat — laat staan eventuele maatschappelijke correcties — in de schoenen te schuiven van een culturele (‘woke’) elite. Neem Occupy Wall Street. Die beweging was een rechtstreekse uitloper van de schok die de wereldwijde financiële crisis van 2008 veroorzaakte, een crisis die wél aantoonbaar voortkwam uit de criminele inhaligheid van de rijkste 1%.
Welke aansprakelijkheid had die vermeende ‘woke elite’ hierin, in vergelijking met de bankiersklasse die zonder veel schuldinzicht probleemloos overschakelde op business as usual, beschermd door het dogma too big to fail? Zijn we werkelijk zo ver van het padje dat we achteraf niet het corrupte financiële systeem, maar de protesterende jongeren in hun tentjes nawijzen toen duidelijk werd dat “de ongelijkheid nadien niet afnam”?
Wat je Occupy en andere actiegroepen wél kunt verwijten, is het gebrek aan organisatie en strategisch inzicht. De chaotische onsamenhangendheid en zwakke politieke slagkracht zijn de werkelijke reden waarom de beweging een stille dood stierf — niet omdat de jongeren op de barricaden het “echte gesprek over ongelijkheid” zouden hebben vermeden uit ‘eigenbelang’. Bovendien: wat is er mis met (een gezonde portie) eigenbelang? Als dat een diskwalificatie wordt, rest iéder van ons inderdaad maar één optie: collectief onze mond houden.
Ik zou trouwens graag de tabellen zien waaruit zou blijken dat het gros van die tegenbeweging uit de 20% rijkste Amerikanen bestond. En zelfs áls dat cijfermateriaal bestaat en degelijk onderbouwd is, bewijst het bitter weinig. Een grootschalige enquête bij de Amerikaanse bevolking in die periode zou met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hebben uitgewezen dat een overweldigende meerderheid zulke financiële wanpraktijken niet pikt — ongeacht hun sociale klasse of plaats in het culturele veld. Systeemkritiek die door slechts een minderheid publiekelijk wordt geuit, hoeft daarom nog niet inherent onjuist te zijn (en dat geldt voor links én rechts).
Misschien zouden we de barricadenbeklimmers zelfs dankbaar moeten zijn. Structurele verandering komt zelden uit salons of beleidsnota’s, maar uit rommelige, onhandige protesten die achteraf makkelijker te bespotten zijn dan op het moment zelf te ondersteunen.
Gelijkheid als verkapt eigenbelang?
De meest luie en lachwekkende stelling die zowel het artikel als het boek poneren, is de botte veralgemening dat wie opkomt voor sociale gelijkheid dat vooral doet om er zelf beter van te worden.
Al-Gharbi onderscheidt blijkbaar vier, ahum, Great Awokenings (ik kreeg – ik overdrijf niet – een kramp toen ik deze anusvernauwende woordspeling las), waarvan de tweede zich naar verluidt ontvouwde tijdens de jaren zestig. Maar pakweg de zwarte burgerrechtenbeweging van de jaren zestig herleiden tot, of linken aan, een vorm van modieuze ‘interne statuscompetitie’ is historisch absurd, zo niet kwaadaardig. “Blank, bemiddeld en hoogopgeleid?” Serieus?
Ook de bewering dat het protest tegen de Vietnamoorlog pas op gang kwam toen welgestelde Amerikaanse jongeren zelf het risico liepen te worden opgeroepen, houdt historisch geen steek. Wie – zoals ik – zelfs maar oppervlakkig vertrouwd is met de geschiedenis (bijvoorbeeld via Turning Point: The Vietnam War – Netflix) weet dat het protest al jaren vóór die bredere mobilisatie enorme proporties had aangenomen. Het werd gevoed door doorprikte leugens van de politieke en militaire elite, door moeders die hun zonen in bodybags zagen terugkeren, door journalisten die het geweld en de oorlogsmisdaden van GI’s ter plaatse documenteerden. Later laaide het verder op door gebeurtenissen zoals het moordende politiegeweld op de campus van Kent State.
Is dit alles te reduceren tot “statusverwerving via “correcte’ overtuigingen”? Een curieuze conclusie, zeker als je weet dat in die periode jonge mannen uit álle sociale klassen via een nationale loting werden opgeroepen voor dienstplicht.
Waarschijnlijk waren de sleutelfiguren van de Verlichting en de Franse Revolutie ook wokies? Rousseau, Voltaire en co: deugdzame, linkse sujetten! Opruiers uit the First Great French Awokening!
Ideologische zuiverheid
Wat de aannames in het artikel/boek gemeen hebben, is deze potsierlijke overtuiging: dat wie zich luidop verzet tegen ervaren onrecht pas recht van spreken heeft nadat hij of zij ideologisch onberispelijk is gebleken. Dit rechtse vingerwijzen hanteert exact dezelfde logica als wat een pilaarbijtster als Anuna De Wever vandaag wordt verweten: ‘je bent links, dus geen Uber, geen take-away’, geen hypocrisie meer toegestaan. Whataboutism in overdrive.
Het blijft een merkwaardige redenering: wie geen institutionele macht bezit, maar wel boos is, onrecht ziet, of tot een zogenaamd ondoordringbare cultureel-elitaire kaste behoort, wordt gevaarlijk genoemd; wie wél macht bezit en die dreigt in te zetten, heet “realistisch”. Het artikel (en dus het boek dat ik, voor de goede orde, nog niet gelezen heb) suggereert overigens dat het moeilijker is om je cultureel bij te schaven en op die manier wat ‘symbolisch kapitaal’ bij elkaar te scharrelen, dan om rijk te worden en je bij de kasteelkapitalisten te voegen. De omgekeerde wereld! Echt, ga kijken, het staat er zwart op wit! Inderdaad, van een “verbluffend inzicht” gesproken.
Het woke-kamp heeft in deze opgeklopte strijd één groot nadeel: het valt makkelijk af te bakenen en te karikaturiseren. Studenten, jongeren, LGBTQ+-groepen, kunstenaars en creatievelingen, klimaatactivisten, pro-Palestina betogers, etc — een zichtbaar doelwit.
Nou nou, wat een dreiging.
Waar is mijn pistool?
Is Black Lives Matter ontspoord? Op bepaalde momenten: zonder twijfel. Zijn er extreme slogans en tactieken geweest die contraproductief werkten? Absoluut. Defund the police, bijvoorbeeld, is een achterlijke slogan en een perfecte illustratie van extreem-linkse idiotie. Maar wie zich daarop blindstaart, ontwijkt de kernvraag: structureel politiegeweld en gebrek aan accountability. Slimmer ware geweest: Educate of reform the police. Klinkt minder sexy, maar raakt wel de essentie. De buitenproportionele agressie tegen ‘woke’ activisme, in dit geval dat van BLM, zegt mogelijk meer over angst voor verlies van dominantie dan over inhoudelijke bezwaren.
Universiteiten worden intussen afgeschilderd als totalitaire bolwerken: ideologisch monolithisch, meedogenloos voor andersdenkenden. Maar hoe almachtig kunnen ze zijn, als één dreigement van Donald Trump en zijn trawanten — het intrekken van overheidsfinanciering — volstaat om hen meteen te doen inbinden? Dat is geen totalitarisme; dat is institutionele kwetsbaarheid. Soit, ik weet niet hoe het er op universiteiten in 2026 aan toe gaat. Ik hoor en lees een hoop onheilsberichten. Misschien kloppen die. Maar goed: het zijn de professoren en het bestuur, niet de (al dan niet protesterende) studenten, die hier de meeste verantwoordelijkheid dragen. Niet om stemmen te verbieden — want laat het duidelijk zijn: op vrijheid van onderzoek, het recht op discussie en het vrije woord kan niet worden afgepingeld — maar om intellectuele ruggengraat te tonen en het debat open en eerlijk te houden, ook wanneer het flink schuurt. Als er dus een probleem is binnen het academische veld, dan ligt dat vermoedelijk niet bij een vermeende almacht, maar bij een structureel gebrek aan moed. Maar ik dwaal, wellicht niet voor de eerste keer, af.
De cultuuroorlog als mediaproduct
Laat ik duidelijk zijn: ik hou niet van wokisme. In het beste geval is het irritant en pretentieus, in het slechtste ronduit sektarisch. Het ontbeert humor en zelfrelativering – dat beschouw ik misschien wel als haar grootste misdaad. Maar het voortdurende publieke bekampen van alles wat als ‘woke’ bestempeld wordt, is intussen uitgegroeid tot een kanon om op een luide linkse mug te schieten.
Net zoals ‘wokisme’ ontspoorde tot een absolutistisch principe, is ook ‘anti-woke zijn’ geëvolueerd van een verdedigbare reflex (tegen censuur en eenrichtingsdenken, voor vrije meningsuiting, …) tot weinig meer dan een slimme, conceptuele herverpakking van een eeuwenoude weerzin: de afkeer van alles wat als soft, kunstzinnig, intellectueel, inclusief, teergevoelig, vrouwelijk of cultureel vernieuwend wordt ervaren.
De zogenaamde ‘cultuuroorlog’ is niets meer dan een door-en-door-typisch Amerikaans mediaspektakel, 24/7 aangezwengeld door clickbait-media en profilerende politici, om een publiek te dienen dat geen dag meer zonder ophef kan. Welke nieuw opgepoetste veralgemeningen men ook tegen elkaar opzet — links versus rechts, elite versus volk, mannelijk versus vrouwelijk, stad versus platteland, religieus versus ongelovig, enzoverder — het blijft dezelfde eeuwenoude wijn in nieuwe Meta-zakken. Volgende week zal ‘woke’ zoiets als ‘the lunatic left’ genoemd worden, de maand erop heet de vergaarbak gemakshalve ‘activisme’. Wédden?
De écht orwelliaanse – moeten we ook eens dringend mee stoppen, met die arme George er voortdurend overal bij te sleuren – redenering die tegenwoordig de boventoon voert, luidt ongeveer zo: de structurele aanval op maatschappelijke instellingen, het terugdraaien van de zorg voor milieu en klimaat, het ondermijnen van rechtsgang en democratie (etc etc) is niet de rechtstreeks aantoonbare schuld van radicaal rechts, niet van ontspoord kapitalisme, hernieuwd imperialisme en verknipte digitale technologie (etc etc). Neen! Het zou, geheel zonder ironie, een volstrekt logische reactie zijn op de jarenlange hypocrisie van links. Nou moe. Hadden we dat toen maar geweten!
Het grootste gevaar komt vandaag niet van The Guardian-columnisten, goth-meisjes met paarse haarlokken of transgenders met politieke buttons in hun kraag. Nee, zelfs niet van de meeste Democraten in de VS of hun evenknieën in West-Europa. Het komt van zij die, ondanks de overweldigende tsunami aan bewijzen dat hún ideeën de wereld razendsnel richting afgrond duwen, hun woede blijven richten op een kleine, zichtbare groep van middenklassejongeren en bezorgde burgers die naïef genoeg is te geloven dat hun rechtvaardigheidsgevoel ertoe doet. ‘Woke’ als handige bliksemafleider.
En ja — own your shit — het gevaar komt ook van journalisten en academici die zichzelf graag als “au fond progressief” presenteren, maar telkens opnieuw Amerikaanse randdiscussies importeren in het Vlaamse en Europese medialandschap om zo toch maar handenwrijvend op linkse zere tenen te kunnen trappen, om wanhopig relevant te kunnen blijven in een door opiniemakers overbevolkt mediacircus.
We kennen de ontsporingen van woke nu wel. Nee, serieus. Niet alleen de tenen doen zeer; beide voeten zijn inmiddels bont en blauw en opgezwollen.
Dus misschien kunnen we het nu eens hebben over de vele duizenden boeken die níét door woke-activisten uit Amerikaanse bibliotheken en scholen worden verwijderd. Ik zeg maar iets. Of – dichter bij huis – we confronteren politiek en media met hun eigen hypocrisie: terwijl ze in speeches en opiniestukken waarschuwen voor de ontwrichtende macht van Silicon Valley, versterken ze diezelfde macht elke keer opnieuw door techno-fascisten als Elon Musk van aandacht en legitimiteit te voorzien met elke geposte scheet op X – over dubbele standaarden gesproken. Misschien — héél misschien — winnen we dan eindelijk tijd terug die nu verloren gaat aan eindeloos gekibbel over woke en activisme, en kunnen we ons weer richten op de vraag die er werkelijk toe doet: hoe we onze democratie niet alleen verdedigen, maar ook versterken.
(brief naar De Morgen op 14/01/26)